Overige informatie!
image
image
image

image
image
image
Overige informatie

Informatie

Inhoud.

De socialisatiefase.
Veel gestelde vragen.
Chihuahua kwaaltjes.
Fontanel.
Patella luxatie bij Chihuahua’s.
Monorchidie of Kryptorchidie.
Epilepsie.
Hond.
Worminfecties.
Parasieten.
De vlo.
De teek.

De socialisatiefase.

Het fundament voor een evenwichtig hondenleven

De belangrijkste levensfase van een hond is zijn socialisatieperiode. Deze begint rond zijn vierde levensweek en eindigt als hij ongeveer twaalf oud weken is. Al snuffelend en spelend onderzoekt de uiterst nieuwsgierige pup alles wat hij tegenkomt en waar hij bij kan komen. Het is van groot belang dat de pup opgroeit in een omgeving waarin dit zoveel mogelijk wordt gestimuleerd. Zijn fokker moet ervoor zorgen dat de pup zoveel mogelijk nieuwe indrukken opdoet. Een pup hoort in deze cruciale levensfase kennis te maken met verschillende mensen van verschillende leeftijden, met katten, met visite, met andere honden… Eigenlijk met alles en iedereen waar hij ooit in zijn leven weer mee te maken zou kunnen krijgen. Ook nieuwe ervaringen en situaties horen hierbij, zoals autorijden, lopen aan de riem, af en toe alleen gelaten worden, in een mandje zitten voorop de fiets, enzovoorts. De ervaringen die de pup in deze periode opdoet, zijn bepalend voor zijn gedrag op latere leeftijd. Uit onderzoek blijkt dat de oorzaak van veel gedragsproblemen terug te voeren zijn naar een slechte socialisatieperiode. Het aloude spreekwoord ´voorkomen is beter dan genezen´, is ook in het geval van gedragsproblemen een wijze raad.

De rol van de fokker

Een puppy heeft het grootste gedeelte van zijn socialisatiefase al achter de rug als hij naar zijn nieuwe gezin verhuist. Grotendeels is hij bij zijn fokker dus al ´gevormd´. Koop daarom nooit een pup bij de eerste de beste fokker. Neem de tijd om je te oriënteren. Ga pas over tot aankoop als je er zeker van bent dat je een fokker hebt gevonden die zijn verantwoordelijkheden kent als het gaat om het socialiseren van een pup. Koop in ieder geval nooit een pup van een fokker die de jonge hondjes in een schuur of in een andere afgezonderde ruimte grootbrengt. Pups die geïsoleerd opgroeien in een prikkelarme omgeving, zullen nooit uitgroeien tot evenwichtige honden.

Afkomstig uit het boek De Chihauhua van Cindy Schwering, www.chihuahuaboek.nl



Veel gestelde vragen.

Wat is het verschil tussen een reutje en een teefje?

Je hoort vaak zeggen dat een reutje agressiever of dominanter is dan een teefje, omdat hij bestemd is om het territorium te bewaken en te beschermen. Een teefje zou in de ogen van veel mensen aanhankelijker en trouwer zijn aan de baas. Dit is echter niet mijn mening, ik denk dat de karakter eigenschappen worden bepaalt door de vererving en de opvoeding. Daarom is het van belang dat de fokker weet welke combinaties wel en niet bij elkaar passen. Hij zal er vaak voor kiezen om een met combinatie te fokken die elkaar compenseert, zowel qua bouw, karakter en kleurencombinatie.

Een nadeel voor een teefje is dat ze twee maal per jaar loops wordt en uit de buurt van een reutje moeten worden gehouden. Voor deze periode gaat ze ook verharen.

Ik wil een bepaalde kleur?

Veel mensen denken dat als ze een kleur of kenmerk opgeven voor een te fokken pup, dat de fokker hieraan kan voldoen. Voor een groot deel weet de fokker uit welke combinatie wat voor soort hondjes komen en kan hij met een zekere mate weten wat voor kleurencombinatie de pups zullen hebben. Echter je weet nooit met zekerheid wat voor kleuren of kenmerken de pup zal hebben. Als je vindt dat het pupje niet jouw favorieten kleur heeft, ga je gewoon ergens anders kijken tot je gevonden hebt wat je zoekt.

Waar moet ik op letten bij de keuze van een pup?

Een gezonde pup moet levendig zijn met een glanzende vacht en fonkelende ogen. Hij moet goed gevoed zijn waarbij het pupje liever iets voller dan te mager is en mag tegenover onbekende niet te schuw zijn. Let er ook op hoe de volwassen honden worden gehouden en wat voor indruk deze op u maken.

Kan een Chihuahua ook alleen zijn?

Een Chihuahua is een echte genieter die niet genoeg krijgt van liefkozingen. Gedurende de tijd dat u moet werken kan een Chihuahua gerust alleen zijn. Mits de Chihuahua dit als pup gewend is. Een volwassen Chihuahua, kan er meer moeite mee hebben. Komt u thuis dan zal het hondje de nodige aandacht opeisen en in geval u s'avonds weg gaat, verwacht hij zeker met u mee te kunnen, hetgeen qua formaat geen probleem zal zijn.

Als iemand in mijn buurt komt of aan mijn spullen, verandert mijn Chihuahua in een kleine leeuw?

Deze verhalen zijn mij niet vreemd, een Chihuahua heeft een uitgesproken gevoel voor eigendommen van de baas. Als een vreemde aan deze eigendommen wil komen of te dicht in de buurt van het baasje komt, kan het hondje veranderen in een furie. Ik heb zelf meegemaakt dat mijn Golden Retriever een botje afpakte van een van mijn teefjes. Dit teefje werd zo kwaad dat ze de Golden Retriever(55 kg) aanvloog, door tijdige tussenkomst heb ik het onheil kunnen voorkomen.

Kunnen Chihuahua's met andere beesten opschieten?

In de meeste gevallen kan een Chihuahua met andere dieren goed opschieten en past zich vlug aan. Ook met katten is het vrijwel nooit een probleem.

Chihuahua kwaaltjes.

Chihuahua hoest.

Dit is echt typisch iets wat bij Chihuahua's voorkomt. Het kan er benauwelijk uitzien als je Chihuahua dit meemaakt. De Chihuahua lijkt naar lucht te snakken en strekt zijn nek ver naar voren terwijl je ziet dat zijn flanken naar binnen gaan. De eerste keer denken mensen vaak dat het gedaan is met hun hondje, als hij je met grote ogen aankijkt. Hoewel het er dramatisch uitziet is het vrij onschuldig en makkelijk te stoppen. Pak het hondje op je arm en blaas zachtjes in de neus van het hondje, , of knijp de neus voorzichtig toe om de hond door z’n mond te laten ademen. Dit Chihuahua kuchen komt meest voor als de hond snel drinkt of eet, of als hij zich over iets opwindt.

Fontanel.

Volgens de F.C.I. standaard heeft de Chihuahua als raskenmerk een mooi rond appelhoofd, zonder of met slechts een zeer kleine fontanel zie afbeelding[A]. Een fontanel is een plaats boven op het hoofd waar meerdere schedelbeenderen samenkomen en nog niet gesloten is. Bij een Chihuahua met een extreem groot appelhoofd komt het soms voor dat op meerdere plaatsen op de schedel de verbening nog niet voltooid is, zie afbelding [B], ook deze worden fontanellen genoemd. Vaak gaat een extreem appelhoofd samen met een hydrocefalie, (ook wel ( "waterhoofd") genoemd) , de oorzaak van een waterhoofd is een gestoorde omloop van het hersen- en ruggenmergs vocht (liquor). In de vroegere rasstandaard was de open fontanel een raskenmerk, hetgeen gelukkig nu is veranderd. De serieuze fokkers besteden er veel aandacht om een fontanel weg te fokken . Een grote fontanel betekent immers een verzwakking van de schedel en daardoor kans op hersenletsel. Gelukkig zien we nu dat bij de meeste Chihuahua’s heden ten dage geen fontanel aanwezig is of slechts een kleine fontanel.

Fontanel Fontanel

Patella luxatie bij Chihuahua’s.

Patella is de officiële naam voor de knieschijf, patella luxatie betekent dus een verschoven knieschijf . Een patella luxatie komt regelmatig voor bij de hond,en meestal bij kleinere rassen. Het kniegewricht zorgt er voor dat het boven en onderbeen ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, een scharnierende beweging Om deze beweging mogelijk te maken, zit er aan het dijbeen (bovenbeen) een aantal spieren die uitlopen in pezen welke aan het scheenbeen vasthechten. Wordt er een spier samengetrokken, dan zal, afhankelijk van waar die spier zit ( aan voor- of achterzijde van het dijbeen) de knie zich strekken of buigen. Om een goede hefboomwerking bij het strekken te krijgen, ligt aan de voorzijde over het kniegewricht een stevige pees, afkomstig van een grote dijbeenspier. Deze pees hecht kort onder het kniegewricht aan het onderbeen vast. Om te voorkomen dat tijdens het aanspannen van de pees deze naar binnen (mediaal), of naar opzij (lateraal) af zal glijden,ligt deze gefixeerd in een gleuf (trochlea) die zich aan de voorzijde vlak boven het kniegewricht op het dijbeen heeft gevormd. Voor de stevigheid en om slijtage van de pees te voorkomen is het gedeelte dat door de gleuf glijdt, verbeend (kraakbeen), hetgeen we Patella (knieschijf ) noemen. Soms is de groef (trochlea), waarin de knieschijf heen en weer glijdt te ondiep en zit de aanhechting van de kniepees wat te ver naar binnen, een andere mogelijkheid is slappe spieren.

Monorchidie of Kryptorchidie.

In 1952 heeft de Federation Cynologique Internationale (FCI) besloten "...geen reuen op tentoonstellingen toe te laten die lijdende zijn aan monorchidie , kryptorchidie, anorchidie " De Raad van Beheer beschouwde het onderzoek naar deze afwijkingen als een veterinaire handeling en werd het een taak van de dierenarts om deze honden af te wijzen voor tentoonstellingen.

Kryptorchidie: Is het niet in het scrotum (balzak) aanwezig zijn van een of twee testikels (teelballen); deze kunnen daarbij in de buikholte of in het lieskanaal gelegen zijn.

Monorchidie: Is het volledig afwezig zijn van een testikel. Verwar dit niet met een testikel die niet is afgedaald in het scrotum.

Anorchidie: Is het volledig afwezig zijn van beide testikels. De laatste twee afwijkingen komen slechts zelden voor.

De oorzaak van kryptorchidie, monorchidie , anorchidie is een erfelijke afwijking welke waarschijnlijk berust op een recessieve factor, hetgeen betekent dat de factor (Monorchidie of kryptorchisme anorchidie)zich ALLEEN openbaart wanneer beide ouderdieren hiervan drager zijn. Ten gevolge van kryptorchidie kunnen de volgende symptomen voorkomen: Verminderde vruchtbaarheid of volledige steriliteit en een verhoogde kans op testikeltumoren.

Epilepsie.

Inleiding
Epilepsie of vallende ziekte is een aandoening van de hersenen die er toe leidt dat de patiënt tijdelijk de controle over een deel van zijn lichaamsfuncties verliest. Bekend zijn de toevallen waarbij de hond omvalt, hevige spierkrampen krijgt, schuimbekt en urine of ontlasting laat lopen. Er zijn echter ook mildere vormen van epilepsie.

Oorzaken
Zoals gezegd wordt epilepsie veroorzaakt door een storing in de functie van de hersencellen. De oorzaak van deze storing kan gelegen zijn in de hersencellen zelf, maar ook allerlei ziekten elders in het lichaam kunnen de epilepsie veroorzaken. In enkele gevallen kunnen de problemen zelfs ontstaan door een gedragsafwijking, bijvoorbeeld een hond die heel erg bang is. In veruit de meeste gevallen is er echter geen duidelijke andere afwijking te vinden en is er spraken van een kortdurende, tijdelijke ontregeling van de hersenfunctie. We spreken dan van primaire epilepsie.

Voorkomen

Epilepsie komt regelmatig voor bij honden. Sommige rassen zijn duidelijk gevoeliger dan andere (voorbeelden zij Poedels, Welsh Springer Spaniels en Duitse Staanders), maar het kan bij ieder ras voorkomen. Echte (primaire) epilepsie komt zelden voor bij honden jonger dan acht maanden. Meestal openbaart de ziekte zich tussen het eerste en derde levensjaar. Bij oude dieren is er vaak een andere oorzaak. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld hersenbloedingen of gezwellen.

Diagnose

Vet is voor ons dierenartsen niet eenvoudig om vast te stellen of een dier epilepsie heeft. De toevallen duren zo kort dat de patiënt bijna altijd al weer uit de aanval is bijgekomen bij binnenkomst in de kliniek. Het verhaal van de eigenaar is daarom van groot belang. We willen graag weten hoe oud het dier is, hoe vaak de aanvallen optreden, hoelang ze duren, of er ook andere klachten zijn enzovoorts. Een probleem hierbij is dat de aanvallen meestal komen als het dier in rust is, dus vaak 's nachts. Het is daarom goed mogelijk dat een dier al meerdere aanvallen gehad heeft voordat het de baas opvalt. Uw huisdier wordt altijd uitgebreid onderzocht. Eventueel kan beslist worden tot aanvullend onderzoek. Dit kan bestaan uit bloedonderzoek, röntgenfoto’s, een hartfilmpje en gedragsonderzoek.

Behandeling

Aangezien de aanvallen maar kort duren en vanzelf verdwijnen is het niet altijd nodig om een epilepsie patiënt te behandelen. Een vuistregel is: als het dier niet vaker dan eens per zes weken een toeval heeft en deze toevallen mild van aard zijn dan is behandeling niet noodzakelijk. Komen de toevallen vaker of kort achter elkaar of heeft de patiënt zware toevallen, die langer dan 10 minuten duren, dan is het raadzaam contact op te nemen met de dierenarts.



De volgende punten zijn handig om te weten

Als uw hond een toeval heeft raak dan niet in paniek. Rust is ook voor de hond het allerbeste dus geen fel licht of harde geluiden. We weten dat mensen niets weten van de epilepsie aanval die ze doormaken. We kunnen er dus van uit gaan dat uw hond er niets van merkt. Wel valt het sommige mensen op dat de hond zich voor een aanval anders gedraagt. Probeer nooit de tong uit de mond te trekken en voorkom dat uw hond zich kan verwonden aan meubilair of doordat hij of zij ergens af valt. Er zijn een aantal soorten medicijnen die gebruikt worden bij epilepsie, waarvan fenobarbital de belangrijkste is. Bijwerkingen zijn slaperigheid, veel drinken en plassen en in uitzonderlijke gevallen kan soms leverbeschadiging optreden. Bij honden die niet reageren op de fenobarbital kunnen er sinds kort andere medicijnen worden gebruikt. Voor elke behandeling geldt dat veranderingen in dosering en medicijn het best onder directe begeleiding van een dierenarts kan plaatsvinden. Bij twijfel over de juiste dosering kan deze door middel van een bloedonderzoek worden vastgesteld.

Erfelijkheid

Primaire epilepsie is een aangeboren en waarschijnlijk erfelijk gebrek. Het is dus verstandig om niet te fokken met dieren die er aan lijden.

Samenvatting

Heeft uw huisdier toevallen dan kan dit epilepsie zijn, maar dit hoeft niet. Raak niet in paniek en neem contact op met uw dierenarts. Overleg met hem (of haar) of het nodig is nader onderzoek te doen en een behandeling in te stellen. Dieren met epilepsie kunnen hier heel oud mee worden. Epilepsie veroorzaakt maar uiterst zelden gedragsafwijkingen bij uw dier. Het is een aandoening waar zowel hond als baas mee kunnen leren leven.

HOND.

Bij de hond zijn gebruikelijke routine vaccinaties die tegen hondenziekte, besmettelijke leverziekte, ziekte van Weil en het parvo virus. De meeste pups kregen reeds in het nest een tijdelijke bescherming d.m.v. een "puppyprik". De eerste definitieve enting (meestal op een leeftijd van plm. 10 weken) wordt na ca. 3 weken (herhaald). Daarnaast eisen de meeste pensions een aanvullende vaccinatie tegen kennelhoest , liefst een maand tevoren te verrichten. Indien u de hond mee wilt nemen naar het buitenland dient bovendien een vaccinatie tegen rabies (hondsdolheid) te worden gegeven, minimaal een maand voor vertrek. Voor sommige landen gelden extra maatregelen, waar men soms al 7 maanden voor vertrek mee moet beginnen. Naast genoemde entingen zijn er nog enkele welke veel minder frequent worden toegepast, zoals tegen teken.

WORMINFECTIES.

De aanwezigheid van met name spoelwormen is bij jonge honden en kittens eerder regel dan uitzondering. Vaak huist in het moederdier een sluimerende infectie met ingekapselde spoelwormen, welke in een periode van stress (o.a. dracht!) actief kunnen worden en zelfs al in de baarmoeder pups of kittens kunnen infecteren.

Algemeen wordt dan ook geadviseerd om de hond op de leeftijd van 2, 4 en 6 weken te ontwormen en dan op 2, 4 en 6 maanden, maar ook het moederdier niet te vergeten. Daarna is het advies minimaal tweemaal (liefst viermaal) per jaar. Bij uw dierenarts zijn daarvoor de middelen verkrijgbaar, onder vermelding van lichaamsgewicht en diersoort.

LINTWORM.

Naast de spoelworm spelen diverse soorten lintwormen een belangrijke rol, vooral (maar niet uitsluitend) bij volwassen honden en katten. Sommige soorten kunnen via de voeding (prooidieren) worden opgenomen, maar ook een cyclus via de vlo als tussengastheer speelt een belangrijke rol. Rijpe geledingen van deze worm laten los en komen spontaan of met de ontlasting uit de anus en hebben daarbij veel weg van een made. Gevuld met eitjes komen deze in het milieu terecht, drogen in en lijken een soort rijstkorreltjes. Vlooienlarven (welke niet op de gastheer leven!) voeden zich hiermee en raken besmet met het miniscuul kleine beginstadium van een nieuwe lintworm. Als de larve volwassen wordt en op een gastheer springt (hond, kat), dan ervaart deze jeuk, likt de besmette vlo op en wordt daarmee (opnieuw) besmet met lintwormen. Vaak is het niet een kwestie van "Mijn dier heeft nog steeds wormen", maar "Mijn dier heeft opnieuw wormen" als niet tevens vlooienbestrijding ter hand wordt genomen.

OVERIGE.

Andere wormsoorten spelen sporadisch een rol bij onze huisdieren (o.a. haakworm, aarsmade). Bij dieren afkomstig uit bepaalde vnl. warmere landen kan zelfs sprake zijn van hartworm (in de bloedbaan!).

PARASIETEN.

Wij beperken ons hier tot de ectoparasieten die zich uitwendig op een huisdier voordoen: de belangrijkste endoparasieten, zijnde wormen, komen elders ter sprake. En verreweg de bekendste van die categorie , zowel bij hond als kat, is de vlo.

DE VLO.

Onder de tegenwoordige woonomstandigheden, veelal in goed verwarmde huizen, kan uw woning het hele jaar door een vlooienfokkerij zijn. Tot zo ver het sprookje van het vlooienseizoen. Nog afgezien van de jeuk welke een vlooienbeet oplevert, kan de vlo diverse ziekte's en andere parasieten (w.o. lintworm) overbrengen. In grote getallen kunnen zij, zeker bij een kleine gastheer, bloedarmoede veroorzaken. Ook zijn zij verantwoordelijk voor een vaak geziene gast op onze spreekuren: het dier met de vlooienallergie. Als het eenmaal zo ver is, dan kan de aanwezigheid van één vlo overal op het lichaam ondraaglijke jeuk veroorzaken. Toch is dit tegenwoordig niet meer nodig. Was men in het grijze verleden aangewezen op bewerkelijke inpoeder beurten met dubieuze werking, opgevolgd door allerhande banden, poeders, spuitbussen, druppels, wassingen, tabletten en wat al niet meer, waartegen vaak op den duur resistentie ontstond: tegenwoordig zijn er gemakkelijke middelen met gegarandeerde werking, welke slechts eens in de maand worden aangebracht. Het hele jaar door dus. Vraag het uw dierenarts onder vermelding van diersoort en lichaamsgewicht. In bepaalde gevallen (na een vlooienplaag, of als de huisdieren met vakantie tijdelijk uit huis zijn) kan behandeling van de woonruimte met een speciale interieurspray een goed idee zijn. De vlooienlarven leven namelijk op de grond in kieren en naden en bespringen pas de gastheer in een later stadium. Als er (vakantie!) geen gastheer is, kan de thuiskomende eigenaar zèlf besprongen worden (paniek telefoontjes: vlooienplaag). "Mijn dier heeft geen vlooien". Die garantie zou ik nooit durven geven en voor elk ontdekt exemplaar zijn er ca. 15 elders aanwezig! Kleine zwarte sinteltjes tussen de vacht (de uitwerpselen) verraden soms de aanwezigheid van een onzichtbare parasitaire aanwezigheid.

DE TEEK.

De tweede ectoparasiet welke bij onze huisdieren een hoofdrol speelt is de teek. Deze laat zich vallen op de passerende gastheer vanaf bomen of struiken, graaft zijn kop in de huid en zuigt zich vol bloed. Meestal vindt men ze op het bovenste-voorste derde gedeelte van het lichaam. De vrouwtjesteken zijn daarbij wat groter dan de mannetjes. Nog afgezien van de irritatie en zwelling welke op de bijtplek ontstaat, kan een teek theoretisch de ziekte van Lyme (Borreliose) bij mens en dier veroorzaken, gepaard gaande met koorts en pijn. In (sub)tropische klimaten kunnen er nog andere (soms dodelijke) ziektes door een teek worden overgebracht. Indien u zelf tracht een teek te verwijderen, doe dit dan met een draaiende beweging: niet trekken, dan blijft de kop zitten en zweert er pas veel later uit. Beter is preventie en uw dierenarts kan u adviseren over middelen welke uw dier tegen teken kunnen behoeden. Zeker aan te bevelen bij wandelingen in bossen of (sub-)tropische vakanties.

OVERIGE.

Naast de vlo en de teek behoren ook schurftmijten tot de ectoparasieten, maar hier ziet de eigenaar de veroorzaker niet. Wel is vaak jeuk en/of kaalheid te constateren. Naast jonge honden schurft en de klassieke scabies (ook voor de mens besmettelijk) zijn er bij diverse diersoorten ook oormijten. Vaak is een microscopisch onderzoek nodig om schurftmijten te diagnostiseren. Ook de huidschilfermijt kan bij diverse diersoorten een rol spelen (vnl. hond, kat, konijn). Deze graaft geen gangen in de huid, doch loopt tussen de haren, voedt zich met huidschilfers en kan daarbij schilfering (roos) veroorzaken. Tenslotte krijgen huisdieren soms te maken met luizen, met als voorkeursplek achter de oren. Een aparte plaats nemen vliegen in. Deze leggen graag hun eitjes op vochtig, stinkend materiaal. Een bezoedeld konijnen achterste (maar ook het schaap) is wat dit betreft berucht, vooral bij warmer weer. De larven welke hier uit komen banen zich een weg door de huid en doen zich vaak met fataal gevolg tegoed aan het weefsel (miasis). Houdt vooral in het vliegenseizoen uw konijn schoon en droog!

ALGEMEEN.

Een vaak gehoorde opmerking als "ik laat mijn dier niet inenten want het komt zelden buiten" snijdt geen hout. Juist dieren welke weinig contact hebben met andere zullen nimmer een "natuurlijke" booster ontvangen en zullen bij contact met de ziekte extra bevattelijk zijn. Insleep via schoeisel of kleding is niet ondenkbaar. Bovendien kunnen onvoorziene omstandigheden ervoor zorgen dat het dier tijdelijk in pension moet: daarbij is inenting op het laatste moment onacceptabel en niet werkzaam, terwijl de besmettingsdruk daar groter dan normaal is.







image



 
image
image